Posts tagged "submission"

That makes sense!

Door Kristi Beugeling 360807

Tommy Wieringa, historicus, antropoloog, schrijver en journalist schrijft in 2012 het boek: ‘Dit zijn de namen’.  In dit boek beschrijft hij twee losstaande verhalen die op een onverwachte wijze samenkomen. Hetgeen wat ze met elkaar gemeen hebben is een eindeloze, onbestemde zoektocht; naar het geluk, naar identiteit, naar antwoorden over de zin van het leven (Canvas, 2012).  De lezer wordt uitgenodigd tot een reflectie over zingeving en religie.

In het videoportret dat de Belgische televisiezender Canvas over Wieringa (2012) maakte ter eren van zijn nominatie voor de Gouden Boekuil, stelt Wieringa (2012) met betrekking op de verhalen in zijn boek de volgende vraag:

“Hoe ontwikkelt zich en hoe ontstaat de heiligheid van iets of iemand? Iets waar mijn verstand bij stilstaat is dat zeer verstandige mensen, intelligente, bijzondere mensen, in staat tot ontdekkingen, in staat tot onderzoeken, met alle begrip van de wereld, hoe bestaat het dat deze mensen óók in God geloven?”

Hij vervolgd deze vraag aan met de stelling:

“Er zijn geen leegtes in het leven die ik vul met een God”

Zowel in de vraag als in de stelling die daarop volgt zijn stukken van de Kantiaanse, de Platoonse en de Romantische filosofie te ontdekken. Religie kan  worden gezien als een betekenis genererend systeem. Plato stelt in zijn filosofie dat het bestaan van de mens betekenis krijgt, omdat het bestaan een afbeelding is van een perfecte bovenzinnelijke wereld. Naast de waarneembare werkelijkheid moet er een ideële wereld bestaan die Volmaakheid bevat en waarvan de waarneembare dingen of daden slechts verschijningen of afspiegelingen zijn (Braembussche, van den, 2007, p.39-41). De vraag die hier opkomt is of er onder deze ideële wereld religie geschaard kan worden.  Kant stelt in zijn ‘transcendentale esthetica’ de zintuiglijkheid die de mens bezit als het ‘vermogen tot aanschouwing’. Wij kunnen de wereld enkel kennen zoals deze aan ons verschijnt. Hetgene achter de verschijning , het ‘noumenon’ oftewel de bovenzintuigelijke, de noumentale, wereld, laat Kant buiten schot. De mens kan dit immers niet zintuigelijk waarnemen, aldus Kant (Braembussche, van den, 2007, p. 142). De vraag die hier gesteld kan worden is of gebeurtenissen die boven de waarneembare werkelijkheid uitstijgen, en volgens Kant niet zintuigelijk waargenomen kunnen worden, kunnen leiden tot een religieuze, bovennatuurlijke, ervaring, en zelfs tot stichting van religie? Of neemt de mens religie enkel aan om een ideaalbeeld voor zichzelf te scheppen geleid door ideale voorstellingen en zingeving?

Deze vraag loslatend op de periode van de Romantiek wordt er opnieuw gesproken over het bovennatuurlijke. Dit keer als ontsnapping aan de werkelijkheid of zoektocht naar een ideale wereld. “Aan het eindige de schijn van het oneindige te geven, een operatie naar het hogere, onbekende, mystieke, oneindige” citeert De Mul, G.P. Friedrich von Hardenberg (Novalis) (1772-1801) in zijn stuk ‘Het romantische verlangen: in postmoderne kunst en filosofie.” Dit geeft de indruk dat er naar iets hogers verlangt wordt, naar schoonheid, naar iets wat boven de natuur en de mens staat, naar iets wat de mens zin geeft te bestaan.

Literatuur

Canvas. (2013). Gouden Uil 2013: Tommy Wieringa. Geraadpleegd op: http://www.tommywieringa.nl/web/Fragmentpagina/Video-Canvas-portretteert-Gouden-Boekenuilgenomineerde-Dit-zijn-de-namen.htm

De Mul, J.(2007). Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie. Klement 

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho

De realiteit van het realisme

Door Lisa de Schepper

Kunst kan vergeleken worden met de realiteit. Het Thriller theater produceert zo thrillers voor op het toneel. Een stuk dat recentelijk nog te zien was in het theater is ‘Dial M for Murder’. Een man bedenkt hierin een plan om zijn vrouw te vermoorden omdat zij een affaire heeft (www.thrillertheater.nl). Het stuk zou als een realistisch werk kunnen worden beschouwd. In de theaterwereld kwam de stroming van het realisme op in de 19e eeuw. Ze ontwikkelde een aantal conventies en had als doel een meer natuurgetrouw beeld op het toneel neer te zetten. De decors en acteurs moesten eruit zien zoals mensen in het alledaagse leven. Zo kon het publiek zich beter in het stuk inleven (Keuning, 2002). ‘Dial M for Murder’ is een voorstelling waarin de acteurs zich gedragen als personen zoals wij die ook in het dagelijks leven voorbij zien komen. De decors zijn levensecht en de kostuums alledaags. Moord is echter een minder alledaagse daad, maar ook deze gebeurtenis is niet onrealistisch.

Toch blijft een realistisch toneelstuk een nabootsing van het alledaagse leven, van de realiteit. Plato sprak eeuwen geleden al over de nabootsingtheorie of mimesistheorie. Hij ging echter nog een stapje verder. Volgens hem was alle kunst een imitatie van een imitatie. De zintuiglijke werkelijkheid zoals wij die waarnemen stond volgens hem niet gelijk aan de ideële wereld van volmaakte vormen. De wereld zoals wij die waarnemen is namelijk continue in beweging. We kunnen nooit hetzelfde object op dezelfde manier waarnemen. Het perspectief van waaruit we waarnemen, het object dat we waarnemen en wijzelf veranderen namelijk voortdurend. Toch herkennen we dat object als gelijkaardig. Daarom geloofde Plato dat er een ideële wereld bestond van volmaakte vormen waarin de ideeën bestaan van al die objecten en gebeurtenissen. Dit was de ware en authentieke werkelijkheid die eeuwig en onveranderlijk was (van den Braembussche, 2007)

Een gebeurtenis zoals een moord die wij in de zintuiglijke wereld waarnemen is volgens Plato dus een onvolmaakte afspiegeling van de idee moord in de wereld van de volmaakte vormen. Wanneer men dan een toneelstuk speelt waarin men een moord uit de waarneembare wereld naspeelt, dan is dit dus een afspiegeling van een afspiegeling ofwel een imitatie van een imitatie. Plato zou het stuk ‘Dail M for Murder’ waarschijnlijk ook niet hebben kunnen waarderen. Het stuk zou volgens hem een onvolmaakte nabootsing van de zintuiglijke werkelijkheid zijn, de werkelijkheid die zelf al een onvolmaakte afspiegeling was van de ware en authentieke werkelijkheid. Het onwetende publiek zou door een stuk met een gruweldaad zoals moord tot nabootsing worden aangezet.

Deze visie zet kunst in een negatief daglicht. Er waren echter andere denkers die in een iets genuanceerdere nabootsingtheorie geloofden. Sommige geloofden zelfs dat een toneelstuk waarin een moord werd uitgebeeld, mensen zou weerhouden van moorden. Het realistische beeld schrikt mensen in deze visie zo af dat zij zich van een soortgelijke daad zullen weerhouden. Vanuit verschillende perspectieven blijft kunst een nabootsing, hoe realistisch ze ook mag lijken.

Door: Lisa de Schepper (359067), lisadeschepper1993@gmail.com

Referenties

Literatuur

Keuning, S. (2002). De bespiegeling: culturele en kunstzinnige vorming 2. Houten: Noordhoff Uitgevers.

 

Van den Braembussche, A., A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij CoutinhoBussum. (vierde, herziene druk).

Internetbronnen

Het thriller theater:

http://www.thrillertheater.nl/mainContent.php?id=homepage/

http://www.thrillertheater.nl/mainContent.php   id=generic201201111110220

            Geraadpleegd op 9-05-2013

Bansky- De wereld als modern oefenveld voor de vrijheid

Door Melissa das Dores, 341816

Men kan de Duitse romantici zien als een logische gevolg op de theorieën van Kant, het perspectief van kunst als de brug tussen natuur en de vrijheid wordt door gevoerd. Door middel van een esthetisch oordeel  kan men de natuur beschouwen als iets moois en los staan van de natuur waarmee kunst een symbool van de zedelijkheid word. 

Daarentegen stelt van de Verre dat de kloof tussen natuur en vrijheid daarmee niet gedicht is en dat de schoonheidservaring op zich niet leidt tot zedelijkheid noch echte vrijheid.  Kunst moet namelijk ingezet worden om vrijheid te realiseren en de vereniging van kunst en de natuur is daarmee het absolute.

Daarbij stelt Schiller dat in een tijd van politieke tumult men juist tot kunst moet keren, wanneer moraliteit geen weg biedt zijn de kunsten de enige oplossing tot vrijheid via een esthetische weg. Een mooi voorbeeld hier van is het oeuvre van graffiti artiest Banksy. Zijn werken, vaak controversieel en politiek geladen, worden door menig mens gezien als kunst waar anderen het niet hoger stellen dan vandalisme. 

image

Maar dat laat niet weg dat de boodschappen die Banksy teweeg heeft gebracht de nodige aandacht hebben gekregen en daarmee politiek geladen conversatie naar voren brengen. Met voorgenoemde argumentatie uit de romantische tijd zouden we de werken van Banksy dus kunnen analyseren als wezen op weg naar het absolute. Gezien dat hij de werkelijke omgeving in combinatie met de subjectieve werkelijkheid, de politieke context, samen brengt in één werk. En daarmee door middel van kunst de weg zoekt naar vrijheid.


Literatuur:
Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. 
Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Door Dewi de Geus

Geobsedeerd door symmetrie en geometrische vormen, probeert Leif Podhajsky met zijn werken het heelal beetje bij beetje te harmoniseren. De ‘connectedness’ van visuele waarnemingen tussen natuurkrachten, psychedelica en andere realiteiten heeft Leif al meerdere malen ondergebracht in verschillende albumhoezen, voor o.a. Foals, Tame Impale en Lykke Li. Zijn surrealistische blog, www.visualmelt.com, verzamelt zijn inspiraties van electro muziek tot invloedrijke kunstwerken, vaak neigend naar de wereld van occultisme en mystiek.

Leif Podhajsky, Psychonaut

Leif Phodajsky, Psychonaut

Leif maakt  niet alleen beelden, hij creëert als ware ervaringen. Elk van zijn werken duikt in op de innerlijke werking van het onderbewuste en de “psychedelic experience”. Vaak gebruikt hij symmetrie in zijn werk als een manier om de natuur na te bootsen en de behoefte naar balans te her-herhalen. Esthetisch gezien heeft Leif zijn kunst iets van romanticisme en magie over zich heen.  Wat Leif probeert met zijn werk is “to grab your attention and then let it sink, float, or shoot the viewer into another world/time/vortex. It’s my attempt at expressing a feeling or place I know exists but can’t tell you verbally about, the place we are all searching for. … I’m interested in these altered states of mind and the knowledge and wisdom one can receive from these places.”

Leif Podhasjky lijkt in zijn ideeën veel weg te hebben van de nabootsingstheorie van Plato. Niet alleen probeert hij de schijnwereld, het zintuigelijke en waarneembare, in zijn werk door symmetrie en balans na te bootsen. Ook probeert hij de wereld achter de zogenaamde werkelijkheid weer te geven, de wereld van ideeën of vormen, of de door Leif genoemde altered reality. Wellicht probeert Leif de grot uit te klimmen, beschreven in de grotallegorie van Plato, en is zijn werk, het beeld van de plaats waar wij allemaal naar zoeken, de wereld buiten de grot. Of geeft Leif met zijn beeldende werk juist een alternatieve nabootsing van de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid, specifiek waargenomen door Leif zelf?

Alhoewel Plato kunst puur zag als een ‘nabootsing van een nabootsing’, lijkt Leif Podhasjky verder te gaan dan de waarneembare werkelijkheid. Met zijn beeldende werk speelt hij in op het onderbewuste, een andere vorm van zintuigelijke waarneembaarheid van de wereld.  Hij creëert beelden en plaatsen die verheven lijken boven de wereld zoals we die waarnemen, om tot nieuwe inzichten en wijsheden te komen.

Leif Podhajsky, Recursion

Leif Podhajsky, Recursion

Dewi de Geus, 359667

359667dg@eur.nl

Literatuurlijst

A.A. Van den Braembussche, (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie, Uitgeverij Coutinho, Bussum, (vierde, herziene druk).

Leif Podhajsky, www.leifpodhasjky.com

Het sublieme in een film

Door Gerline van Lieburg

Kant maakt in zijn theorie over schoonheid een onderscheid tussen ‘het mooie’ en ‘het sublieme’. Het sublieme wordt gezien als datgene dat ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Door het sublieme voelt de aanschouwer zich eindig en kwetsbaar, bijvoorbeeld door overweldigende natuurverschijnselen. Kunst dat wordt gezien als ‘het sublieme’ wekken gevoelens van huivering en angst op, maar ook een soort vreugdegevoel, doordat het verder gaat dan dat wij ons kunnen verbeelden.

In 2010 verscheen de film ‘127 Hours’, geregisseerd door Danny Boyle en gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Aron Ralston. In deze film gaat Aron op reis in de Blue John Canyon in Utah om te klimmen, maar komt hij vast te zitten in dit gebergte en moet hij uiteindelijk zijn eigen arm afsnijden om de reis te overleven. Wanneer de kijker zich inleeft in de situatie van Aron, geeft dit een gevoel van huivering en afschuw, door de pijn en de wanhoop die de hoofdpersoon meemaakt, en de angstaanjagende beelden van het doorsnijden van zijn eigen arm. Maar doordat het verhaal zich afspeelt in het immens grote berggebied en dit gebied heel mooi in beeld is gebracht, wordt het toch mooi om naar te kijken. Wanneer er vanuit de hoofdpersoon, op het moment dat hij vast zit in het gebergte, wordt uitgezoomd en de persoon te klein is om nog te zien in het gebergte, overheerst de kwetsbaarheid en eindigheid van de hoofdpersoon. Het is dan niet meer voor te stellen dat hij daar ooit levend uit zou kunnen komen, terwijl het tegelijkertijd een beeld geeft van de schoonheid van het natuurgebied.   

Het is moeilijk voor te stellen dat de film gebaseerd is op een waargebeurd verhaal. Die wetenschap maakt de tegenstrijdige gevoelens in de film alleen maar sterker. Aron is op een bepaalde manier het slachtoffer van de grootse natuur en de kijker voelt zich eveneens klein en nietig tijdens het kijken van de film. Maar daarnaast is hij een avonturier die dit heeft overleefd en tegelijkertijd een reis heeft gehad in die prachtige omgeving.

Wanneer de elementen uit deze film vergeleken worden met de criteria van het sublieme van Kant, komt de film dicht in de buurt van het sublieme. De tegenstrijdige en bijna onvoorstelbare gevoelens zijn in beeld gebracht en de kijker zal  beide gevoelens ervaren. De paradox van het sublieme is in de film duidelijk terug te zien. Een avontuur als in de film getoond kan niemand zich volledig voorstellen, maar door de film hebben mensen het idee een deel van de gevoelens te hebben ervaren.

Gerline van Lieburg (362026)

gerlinevanlieburg@hotmail.com

Literatuur

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Utigeverij Coutinho, Bussum. Vierde, herziende druk

Saint Saens & de Nabootsingstheorie

Door Maloe van Leersum

De muzikale wereld kan worden ingedeeld in verschillende genres en soorten. Ondanks de verschillende genres en soorten heeft de muzikale wereld veel gemeenschappelijke kenmerken. Enkele gemeenschappelijke kenmerken zijn de emoties, verschijnselen of gebeurtenissen, die de muziek kan weergeven of kan oproepen. Er is alleen wel een verschil in de manier waarop mensen bepaalde emoties, verschijnselen of gebeurtenissen mee krijgen van de muziek. Als voorbeeld in de pop of soul muziek wordt door middel van woorden met ondersteuning van muziek de emoties aangegeven. In tegenstelling tot de meeste klassieke muziekstukken worden de emoties door de klanken van een instrument weergegeven. Naast het weergeven van emotie heeft de klassieke muziek veel overeenkomsten met de nabootsingstheorie. Dit kunnen we aantonen door het muziekstuk van Saint-Saëns ‘Carnaval des Animaux’ erbij te betrekken.

In de muziek van de ‘Carnaval des Animaux’ van Saint-Saëns kunnen we veel gemeenschappelijke eigenschappen vinden met de nabootsingstheorie. Dit is omdat er een duidelijke relatie is tussen het kunstwerk en de fysieke werkelijkheid, want het muziekstuk geeft de dieren in de natuur weer. Dit komt doordat het muziekstuk ‘Carnaval des Animaux’  bestaat uit 14 delen en elk deel geeft een bepaald dier weer. Als voorbeeld het deel waar de olifanten worden weergegeven, hier wordt gebruik gemaakt van lagere en harde klanken terwijl in het deel met de kippen en hanen er gebruik wordt gemaakt van vluchtige en hoge tonen. De dieren in de natuur zijn in de visie van Plato de verschijnselen uit de natuur en bedoelt hiermee dat de dieren een deel van de fenomenale wereld zijn. De fenomenale wereld is de wereld van waarnemen, dus uit de visie van Plato is te concluderen dat het muziekstuk van Saint-Saëns kan gezien worden als een weergave van een deel van de fenomenale wereld. Concluderend kunnen zeggen we dat er een verband is tussen het muziekstuk van Saint-Saëns en de werkelijkheid en dus sprake is van een mimetisch standpunt. Dit komt doordat eigenschappen van dieren worden geïnterpreteerd door de mens uit de werkelijkheid en worden weergegeven in het muziekstuk. (Van den Braembussche, 2007)

Maloe van Leersum, 349042, maloevanleersum@hotmail.com

Literatuurlijst

  • A.A. Van den Braembussche (2007) Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie, Uitgeverij Coutinho, Bussum, (vierde, herziene druk). (ISBN: 978 90 469 0009 3)

Zwembad op mijn buik

Door Rio-Sarah Nederveen

De Griekse filosoof Plato wordt door van der Braembussche(2007) beschreven als één van de grondleggers van de nabootsingstheorie. Deze theorie omschrijft het proces in de kunst van de poging tot het nabootsen van de imitatie van de werkelijkheid. In het kritiek op de nabootsing theorie, beargumenteerd de engelse filosoof Gombric (1960) dat de schilder een imitatie maakt van de werkelijkheid, zoals dit zou zijn volgens de theorie van Plato. Maar wordt in een kunstwerk de perceptie van de schilder over de werkelijkheid afgebeeld. Door de tijd heen worden kunstenaars geconfronteerd met conventies en tradities wat resulteert in een bepaalde geschematiseerde werkwijze waarin de kunstenaar te werk gaat. Gombrich(1960) noemt dit in “Art and Illusion” het conceptuele schema van de kunstenaar. De afbeelding van de werkelijkheid wordt vanuit deze optiek beïnvloed door de vooropvattingen waarover de kunstenaar beschikt. 

 

diver

Als wij kijken naar het bovenstaande plaatje wekt dit in eerste instantie het beeld op van twee mensen die genieten van een zomerse dag aan het zwembad. Maar als wij de afbeelding van dichterbij bekijken zien aan de hand van de haartjes en oneffenheden dat dit geen zomers landschap is. Op dit moment beseffen wij dat het landschap is opgebouwd uit een gedeelte van een lichaam. Dit is precies wat Allen Teger probeert te bereiken in zijn kunstcollectie de ‘bodyscapes’. Met zijn afbeeldingen probeert hij de aanschouwer te laten twijfelen tussen de suggestie (de zomerdag) en de werkelijkheid(een naakt lichaam met daarop miniatuurpoppetjes geplaatst). Voordat Teger deze reeks van kunstwerken creëerden bestudeerde hij psychologie en gaf hierin ook les. Centraal in zijn lessen stond de gewaarwording van het bestaan van twee of meerdere realiteiten in een afbeelding . Dit is de basis van alle afbeeldingen die binnen de Bodyscapes collectie zijn gemaakt. In zijn werk draait alles om de perceptie van de afbeelding en de daadwerkelijke realiteit hiervan. De perceptie van de realiteit in deze afbeeldingen worden beïnvloed door de conventies van vormen. De hieronder afgebeelde Bodyscape geeft duidelijke de indruk dat de wagen en het paard een berg of heuvel beklimmen. Omdat wij een stijgende ronding zien relateren wij dit aan een berg. Wij denken vanuit de conventie die ons is geleerd dat dit een berg moet voorstellen. Teger is een kunstenaar die speelt met de theorie van Gombrich. Doordat er gebruik wordt gemaakt van een foto is dit de werkelijkheid zoals deze door de kunstenaar wordt ervaren. Echter wil Teger deze perceptie van de realiteiten beïnvloeden door gebruik te maken van een menselijk lichaam dat dient als achtergrond decor, wat in feite niet realistisch is en de aanschouwer prikkelt. Teger geeft de aanschouwer van het kunstwerk zelf de mogelijkheid om te kiezen en laat de perceptie vrij.



mountain

Rio-Sarah Nederveen

357221

rsf.nederveen@gmail.com

Literatuur

Braembussche, A. A. van der (2007 [1994]) Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho

Gombrich, E. (1960) Art and Illussion. A Study in the Psychology of Pictorial representation, London: Phaidon 1960.

http://guides.wikinut.com/Allan-Teger-Body-Art/23ydet0c/

http://www.bodyscapes.com/bio.htm

Zelfportret en de werkelijkheid

Door Lucinda Barendse

Plato had zijn eigen filosofische visie over de werkelijkheid die wij aanschouwen en de ware werkelijkheid. Dat wat wij dagelijks waarnemen is volgens Plato slecht een vluchtige weerspiegeling van verschijningen die constant aan het veranderen zijn, waardoor zij slechts een imperfecte afspiegeling zijn van de idee van perfectie. Plato onderscheid daarmee twee domeinen van de werkelijkheid; De schijnwerkelijkheid, ofwel de zintuigelijk waarneembare werkelijkheid, die wij met onze zintuigen kunnen aanschouwen en de ideële wereld, die de eeuwige en onveranderlijke werkelijkheid is (A.A. Van Braembussche)

Salvador Dalí is één van de kunstenaars die ‘speelt’ met de werkelijkheid en de werkelijkheid die wij dagelijks waarnemen. Doordat Dalí een surrealistische kunstenaar van origine is, zijn zijn werken juist een zeer imperfecte imitatie van een imitatie, iets waar naar voren komt in de filosofie van Plato. Plato stelt namelijk dat de kunstenaar een nabootsing van een nabootsing maakt in zijn of haar kunstwerken. Dit omdat wat wij waarnemen slechts een nabootsing is van de idee van perfectie, en dat de kunstenaar op zijn beurt weer een nabootsing van de nabootsing maakt. Dit wordt ook wel de nabootsingstheorie genoemd, en hangt samen met het begrip mimesis.

In 1972 schildert Dalí het schilderij ‘Dalí from the back painting Gala From the back eternalized by six virtual professionally reflected by six real mirrors’. Door middel van het gebruik van een stereoscoop tracht Dalí om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te komen met het schilderen van Gala en zichzelf. Dalí probeert hiermee de perfecte diepte creëren in het schilderij en een derde dimensie toevoegen aan het kunstwerk. Doordat Dalí zo veelvuldig gebruik maakt van 6 verschillende spiegels, probeert hij de werkelijkheid te imiteren, iets wat volgens Plato slecht een imitatie van de imitatie is.

image

image

Een ander zelfportret van Dalí is het kunstwerk ‘Soft self portrait with grilled bacon’. Een kunstwerk wat weer op geheel andere, meer surrealistische, wijze geschilderd is dan het voorgaande kunstwerk. In dit kunstwerk zien wij een zeer imperfecte nabootsing van de nabootsing. Sterker nog, er is niet eens echt sprake van een afspiegeling van de zintuigelijk waarneembare werkelijkheid. Dalí schildert hier wellicht in nog een derde soort werkelijkheid, om zo zichzelf weer te geven. De vraag die mij hierdoor bezighoudt is de vraag of surrealistische kunstenaars minder goed zijn in het nabootsen van de werkelijkheid? Of bootsen zij de werkelijkheid weer op een geheel eigen manier na, wellicht in een derde vorm van de werkelijkheid?

Lucinda Barendse

363235

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho

Pitxot, A. (2011). The Dalí Theatre-Museum In Figures.

www.dali.com

March of the Penguins

Door Phebe ten Cate

Menig gezin brengt eens een bezoek aan de dierentuin. We aanschouden de  dieren, die we normaliter niet in het dagelijks leven tegenkomen, zonder hier een bijzondere (of kunstzinnige) waarde aan te hechten. Uiteraard valt de dierentuin bezoeken niet in de categorie ‘kunst’, maar de Franse regisseur Luc Jacquet heeft in samenwerking met de National Geographic Society het kijken naar het alledaagse van de natuur vastgelegd in de film  March of the Penguins (2005). Een documentaire, waarbij de trek van de keizerpinguïns door Antarctica is gefilmd.

Een documentaire zal niet vaak als kunstvorm worden gezien, maar vanwege de monogamie van de pinguïns, de zorg voor de kuikens en de overlevingsstrijd, doet deze film een beroep op de emoties van de kijker en menig filmcriticus schrijft positieve recensies over de manier van filmen, het verhaal en het gevoel wat deze documentaire naar boven brengt. De documentaire heeft in 2005 zelfs een Academy Award gewonnen.

March of the Penguins kan vanuit de filosofie van Immanuel Kant besproken worden vanuit de visie op zintuiglijke waarneming. De transcendentale logica, het waarnemen van een object met rede en het verstand, speelt hier een rol. In een dierentuin aanschouwen we de pinguïns, maar hechten hier geen kunstzinnige waarde aan. In de vorm van een film, wordt het leven van de keizerpinguïns, middels onze rede en verstand, de emoties en de waarden die we aan de film toekennen, tot een kunstobject gemaakt. De rede stijgt boven de zintuiglijke waarneming uit en verleent een hogere betekenis aan onze waarneming. Er is een samenwerking tussen verstand en verbeelding, waardoor we iets als mooi ervaren, in dit geval het leven van de keizerpinguïns in Antarctica.

Daarnaast kan over de documentaire March of the Penguins gesproken worden als doelmatigheid zonder doel. Het eminente belang van de vorm doet er niet toe; de zuivere vorm bepaalt het esthetisch oordeel. De keizerpinguïns an sich zijn geen kunstobject, maar doordat de documentaire laat zien hoe de pinguïns monogaam zijn, de kuikens beschermen en met elkaar proberen te overleven in Antarctica, ofwel het zuivere van het alledaagse leven van de keizerpinguïns, vormt de kijker een smaakoordeel en kent men schoonheid aan de vorm toe. De manier van filmen en achtergrondmuziek spelen hierbij uiteraard een rol, wat aantoont dat zintuiglijke waarnemingen in combinatie met de rede en het verstand noodzakelijk zijn in het oordelen over schoonheid.

 Volgens Kant is het nabootsen van de natuur geen kunst, maar de expressie en de esthetische idee als het product van de productieve verbeelding maakt de documentaire March of the Penguins tot een kunstwerk. Het gevoel is hierbij volgens de filosoof belangrijk, wat opgaat voor de film, die middels het oproepen van emoties bij de aanschouwer, van documentaire tot artistiek werk wordt gemaakt.

Literatuur

Poecke, van, N. (2013). Kant: Verlichting, het esthetisch oordeel en het subliem [PowerPoint slides].

Geraadpleegd op http://bblp.eur.nl/bbcswebdav/courses/CC2007-12/Hoorcollege%203%20-%20Kant%20-%20het%20esthetisch%20oordeel%20Bb%281%29.pdf, 10-5-2013

Sister Rosetta goes before us

Door Lucy Straathof

In 2007 komt Raising Sand uit. Een bijzonder album van Robert Plant en Alison Kraus met onder andere een versie van
Sister Rosetta goes before us. “Standing in my broken heart all night long, darkness held me like a friend when love wore off,” klinkt herkenbaar en herinnert ons, zoals veel muziek, aan de liefde.

De tekst is echter meer dan een lied over een gebroken hart. Sister Rosetta is tevens een eerbetoon aan Sister Rosetta Tharpe. Begin twintigste eeuw leidde zij een nieuwe muzikale weg in waarin gospel teksten werden gecombineerd met de opkomende rock&roll muziek. Voor het eerst werden de hitlijsten beïnvloed door spirituele muziek en Sister Rosetta werd superstar van de gospelmuziek.

Deze dubbele betekenis maakt interpretatie van het nummer ingewikkeld. De herhaling van ‘up above’ verwijst naar een van Rosetta’s populairste nummers, maar is ook een voorstelling van iets wat we niet kunnen waarnemen. Van de noumenale wereld van de ideeën zoals Kant die beschrijft (Braembussche, 2007). Ondanks dat “the sight of my heart, has left me again,” weet ik nog steeds waar ik heen moet, omdat de muziek (het hogere) mij leidt. De aardsheid en waarneembaarheid van de muziek van Rosetta wordt een boven alles uitstijgende eigenschap toegedaan. Het heeft een transcendentale functie.

De muziek van Rosetta is niet meer, was ooit waarneembaar in de fenomenale wereld en heeft nu de overstap gemaakt naar de noumenale wereld, waar wij enkel een idee van kunnen hebben. Echter, de ‘music up above’ die de zangeres (Kraus) ‘leidt’, heeft ze als voorstelling in haar hoofd zoals ze die kent, voorgestructureerd door a priori voorwaarden die ons waarnemen mogelijk maken (Braembussche,  2007).

Rosetta’s muziek dient hier dus als brug tussen het waarneembare en de idee. In de fenomenale wereld hebben we kunnen waarnemen dat Rosetta ons leidde naar een nieuwe manier van muziek maken. Althans, zo hebben wij het geïnterpreteerd. Nu stijgt deze muziek boven gevoelens van liefdesverdriet uit en geeft een vertrouwen wat we niet kunnen bevatten, maar waar we ons graag door laten ons leiden.

Kraus’ en Plant’s muziek geeft ons het idee op zoek te zijn naar iets. Als een karavaan, onderweg naar een nieuwe plek om te aarden, maar we komen nooit echt thuis. Dit geeft het verlangen weer wat Kant uitdrukt als het kunnen vormen van een idee over vrijheid. We kunnen het ons voorstellen, maar beseffen tegelijkertijd dat dit nooit mogelijk is (Schiller, 2009). Aan de andere kant heeft de muziek een zigeunerachtige sfeer, en wie is er nou meer vrij dan een zigeuner die gaat en staat waar hij wil? Dan komen we weer terug bij de tekst, die ons meer berusting geeft en de hoop (Schiller, 2009) ooit ergens te zullen komen waar we volledig vrij zijn.

 http://www.youtube.com/watch?v=dl0e7rFUVEw

Literatuur:

Braembussche, A. A. van der (2007 [1994]) Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Schiller, F. (2009). Brieven over de esthetische opvoeding van de mens. Amsterdam: Octavo.

http://en.wikipedia.org/wiki/Sister_Rosetta_Tharpe

 

Sister Rosetta goes before us

Strange things are happening everyday
I hear the music up above my head
Though the sight of my heart has left me again
I hear music up above

Secrets are written in the sky
Looks like I’ve lost the love I’ve never found
Though the sound of hope has left me again
I hear music up above

Standing in my broken heart all night long
Darkness held me like a friend when love wore off
Looking for the lamb that’s hidden in the cross
The finder’s mark
I know I loved you too much
I’ll go alone to get through

I hear Rosetta singing in the night
Echos of light that shines like stars after they’re gone
And tonight she’s my guide as I go on alone
With the music up above

Een droom in een droom

Door Melissa Vos

In de film ‘Inception’ van Christopher Nolan  gaat het over hoe Dom Cobb met hulp van vijf anderen een idee in het hoofd van een rijke zakenman willen bewerken, zodat hij het bedrijf van zijn vader opdeelt ten gunste van de concurrent. Met behulp van sterke slaapmiddelen en technologie kunnen ze verschillende lagen dromen opbouwen waarin ze een andere werkelijkheid kunnen creëren om iemand te kunnen hersenspoelen. Met deze verschillende lagen dromen naast de werkelijke leefwereld van de karakters, creëert Nolan verwarring bij het publiek. De laatste scene is de sleutel scene van de film die moet bewijzen of het hoofdpersonage in de werkelijke wereld is of nog droomt. Op veel verschillende Fora worden nog steeds heftige gediscussieerd of Cobb nou wel of niet droomt en worden er verschillende theorieën voorgedragen ter bevestiging van de standpunten. Niemand weet het overtuigende antwoord te geven op de vraag: ‘Wat is de waarheid?’.

image 

Het dilemma van wat is nu de werkelijkheid, de waarheid, is the herleiden naar de theorie van Plato. Volgens Plato bestaat er niet zoiets als de waarheid. Doordat alle kennis in de wereld bedacht is door mensen, is de waarheid subjectief. Alle zintuiglijke waarneming is slechts een beeld van de werkelijkheid (Van den Braembussche, 2007). Wanneer er vergeleken wordt met Plato’s allegorie van de grot, is Christopher Nolan een van die mensen die de geketende mensen, het publiek, manipuleert door beelden te laten zien die het publiek voor waarheid aanneemt. Aan het einde van de film wordt het publiek  ‘te ontsnappen’ en kunnen zij zelf filosoferen over de beelden die Nolan aan hen heeft getoond.

Christopher Nolan laat het einde bewust open om zijn idee te versterken waarbij ‘Inception’ een pleidooi is voor de rede; er is een werkelijkheid en er is een droom, en hij laat de kijkers aan het einde bepalen wat zij zojuist hebben gezien, of de film eindigt in de werkelijke wereld of dat de droomwereld al die tijd als werkelijkheid diende. De vraag die hierbij gesteld kan worden is  ‘Wat is ‘werkelijkheid’?’ .  Volgens Plato is alleen de filosoof in staat om de schone werkelijkheid waar te nemen, doordat de filosoof zich beroept op de metafysica. Metafysica is de filosofische leer die de werkelijkheid, wat ideaal is, achter de fysieke werkelijkheid waarneemt. Om tot het ideaal te komen in de metafysica, zal er genoeg kennis opgedaan moeten worden. Maar aangezien kennis door mensen bedacht is en daardoor subjectief is, zal er altijd en strijd blijven tussen werkelijkheid en schijn en zal er nooit een waarheid zijn. Christopher Nolan suggereert met het open einde van de film net als Plato dat er niet zoiets bestaat als de waarheid.

Melissa Vos

360675

Literatuur

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Utigeverij Coutinho, Bussum. Vierde, herziende druk

Garden of Earthly Delights

Door Tara Snetselaar
                        



image

‘Garden of Earthly Delights’ is een serie schilderijen van de kunstenaar Raqib Shaw waarbij elk schilderij op zijn eigen manier een omgeving presenteert zonder enige morele terughoudendheid. Op het bovenste schilderij is dan ook een tuin vol met dieren te zien die druk bezig zijn met…ja heus…kama sutra. Het schilderij  “celebrates pleasure as a grand phantasmagoria and leaves religion’s moral codes far behind” (timeout, 2013).

Wat wij ons met deze schilderijenreeks kunnen afvragen is of Raqib Shaw niet een buikspreker van de natuur is waar Schelling over spreekt in zijn natuurfilosofie. Schelling stelt namelijk dat wanneer de kunstenaar iets schept de natuur eigenlijk tot spreken komt. Schelling ziet de natuur niet net als Kant als een product van de menselijke geest, maar als iets wat op zichzelf staat en autonoom tot stand komt. Volgens Schelling komt de natuur dan ook tot expressie door middel van kunst en cultuur. Bij het actieve scheppingsproces van kunst wordt de kunstenaar volgens Schelling overvallen door een natuurlijke inspiratie. Is dit eigenlijk bij Raqib Shaw ook niet het geval met zijn schilderijenreeks ‘Garden of Earthly Delights’?

Immers als we terug naar de natuur van de mens kijken zijn een van de basisdriften van de mens dan ook seks en is monogamie iets wat door de maatschappij is opgelegd. Komt dus eigenlijk niet de ware natuur van de mens door deze schilderijen reeks tot spreken? Daarbij kunnen de schilderijen misschien ook wel gezien worden als een expressie van de natuur van de mens van vandaag de dag, want denkend aan de media met steeds meer naakt en programma’s zoals ‘oh oh cherso’, zijn onze morele waarden ook niet omlaag gegaan en laten deze schilderijen onze ware natuur van vandaag de dag niet zien?                          

Eveneens zouden we ook naar de dierenwereld zelf kunnen kijken waarbij deze schilderijen ook de buiksprekers kunnen zijn van deze wereld. Seks is tenslotte voor de meeste dieren slechts iets om zich voort te planten, dieren leven naar hun instinct en weten niet wat zoiets als morele waarden zijn. Samenvattend kunnen we Raqib Shaw dus als een kunstenaar zien die is overvallen door een natuurlijke inspiratie waarbij hij de natuur laat spreken door middel van zijn schilderijen. Welke natuur hij tot spreken laat komen is dan weer vanuit verschillende invalshoeken te interpreteren.

Door Tara Snetselaar (345244)

Literatuurlijst

Braembussche, A. A. van der (2007 [1994]) Denken over kunst. Een    inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

www.timeout.com/newyork/art/raqib-shaw-garden-of-earthly-delights

Hij gelooft in mij, maar Plato ook?

Door Rachael van der Stam 

De musical ‘hij gelooft in mij’,geproduceerd door Joop van den Ende, vertelt het verhaal over de ware persoon achter de volksheld André Hazes. Zijn verhouding met Rachel en zijn avonturen in zijn thuisstad Amsterdam worden volledig uitgelicht. Deze musical zou op het eerste gezicht beschouwt kunnen worden  een vorm van nabootsing of imitatie. Het leven van de persoon in kwestie, André Hazes, wordt zo gedetailleerd mogelijk nagebootst. Een musical kan gezien worden als een vorm van de nabootsingtheorie of imitatietheorie. “Het is een theorie die beweert dat het wezen van elke kunst op de nabootsing of imitatie van de zintuiglijke waarneembare werkelijkheid berust” (Van den Breambussche, 2012, p. 38).Een ander aanzienlijk begrip wat hierbij komt kijken en belangrijk is, is ‘mimesis’. Onder dit begrip wordt in de meeste gevallen ‘uitbeelding’ verstaan. Soms spreekt men ook over weerspiegeling. In het geval van de musical, zou dit dus betekenen dat het stuk een weerspiegeling is van de maatschappelijke en historische werkelijkheid van het leven van André Hazes. De vraag is echter of van den Ende wel geheel mimetisch te werk is gegaan. Is het niet zo dat hij de zintuiglijke werkelijkheid aanvult met functionele elementen die ervoor zorgen dat de musical een succes wordt of is geworden? Als dit het geval zou zijn, geeft de maker  hiermee indirecte kritiek op de gedachte van Plato. Plato was van mening dat kunst namelijk zinloos en nutteloos. Vooral in een moderne tijd waarin wij nu leven is het toevoegen van functionele aspecten aan kunst(uitingen) van groot belang. Dit is iets wat mensen aantrekt en wat de musical vaak tot een succes maakt.  

Maar een andere vraag die hier naar boven komt is er één die gaat over het nutteloze van kunst. Zou Plato deze musical als nutteloos aanschouwen of juist niet? Zoals eerder al vermeld zou deze musical gezien kunnen worden als imiterende kunst. Aan de andere kant zou Plato het kunnen zien als een productieve vorm van kunst omdat (zeer waarschijnlijk) grote elementen uit het verhaal berusten op het waargebeurde verhaald achter de volksheld André Hazes.

De vraag blijft echter onbeantwoord, want wat Plato echt zou denken zullen wij nooit te weten komen. Het enige waarop wij kunnen onze ‘kennis’ kunnen laten berusten is zijn pessimistische kijk op de kunst. In zeker zin zou Plato de fictieve elementen boven de elementen plaatsen die echt gebeurd zijn. Is het zo dat idealisme plaats heeft gemaakt voor realisme of juist niet? Zou Plato dan ook geloven in het spel van deze musical?

 Literatuur:

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho

www.musicals.nl/hij-gelooft-in-mij-andre-hazes-de-musical-home.asp

360116

Kandinsky en de ‘Innere Klang’

Door Nienke Jelles

Eind 1911 stapte Wassily Kandinsky na oplopende spanningen uit de Neue Künstlervereinigung München (NKVM). Aanleiding was een weigering van de NKVM om zijn werk ‘Komposition V’ uit datzelfde jaar toe te laten op een door de vereniging georganiseerde tentoonstelling. Als reactie organiseerde Kandinsky met bevriende kunstenaars een eigen tentoonstelling (“Die Erste Ausstellung der Redaktion Der Blaue Reiter”) en publiceerde hij de almanak “Der Blaue Reiter”. (Hardeman et al., 2010)

De oplopende spanningen die tot deze afscheiding hadden geleid gingen in essentie om de nieuwe schilderkunst waar Kandinsky, Paul Klee en anderen mee experimenteerden. Een aantal leden van de NKVM stelden zich conservatief op, terwijl Kandinsky en de zijnen nieuwe wegen wilden inslaan. In briefwisselingen met bevriende kunstenaars en in verschillende publicaties, waaronder het boekje “Über das geistige in der kunst” uit 1911, theoretiseert Kandinsky over deze nieuwe schilderkunst. Hij brengt in deze publicaties het idee naar voren dat het ware kunstwerk ontstaat uit een “innerlijke noodzaak” (Hardeman et al, 2010: 10). Een kunstwerk is voor hem “een soort noodzakelijke synthese tussen ervaringen uit de buitenwereld en van de binnenwereld […] (Hardeman et al, 2010: 103), zonder bemiddeling via de rede of naturalistische voorstellingen.” (Hardeman et al, 2010: 95) Deze synthese duid hij aan als “innere Klang”.

Deze ideeën lijken elkaar echter tegen te spreken. Kandinsky’s ideeën over de ‘innerlijke noodzaak’ zouden we onder de expressietheorieën kunnen scharen. Deze theorieën stellen dat het wezen van de kunst de zelfexpressie van de kunstenaar is. Het kunstwerk wordt hier dus gezien vanuit de kunstenaar, zijn oorspronkelijke gemoedstoestand en zijn oorspronkelijke ideeën over het werk. (Van de Braembussche, 2007) Kandinsky’s uitspraken over de ‘innere Klang’ zouden daarentegen eerder onder de mimesis-theorie geplaats worden. Deze theorie stelt dat kunst in wezen de nabootsing van de zintuigelijke realiteit is. (Van de Braembussche, 2007)

Ik denk persoonlijk dat Kandinsky ons de oplossing voor deze tegenstelling zelf aanreikt. Uit zijn publicaties blijkt, zo stelt ook F.W. Kaiser in Hardeman et al. (2010: 92) dat Kandinsky de nadruk binnen zijn theoretisch kader legde op het streven naar een artistieke synthese, waarmee hij zoals gezegd doelde op een versmelting van impressies van de uiterlijke met de innerlijke wereld. Omdat deze versmelting dus zowel uit innerlijke noodzaak voortkomt als uit ‘ervaringen uit de buitenwereld’ omvat Kandinsky’s theorie van de ‘innere Klang’ per definitie de mimesis-theorie. Kandinsky laat kortom zien dat deze theorieën elkaar dus niet per definitie uitsluiten, maar dat zij zijn als uitersten van een glijdende schaal: kunstenaars bevinden zich ergens in een evenwicht tussen de twee theorieën.

Nienke Jelles (353089)

353089nj@eur.nl

Literatuur

Braembussche, A. v.d. (2007). Denken over kunst - Een inleiding in de kunstfilosofie. 4de herziene druk. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Hardeman, D., Kaiser, F-W. & Tempel, B. (2010). Kandinsky en Der Blaue Reiter. Antwerpen: Uitgeverij Ludion.

Mahlers ‘Auferstehung’

Door Thomas Teekens

In een gesprek tussen twee giganten der klassieke muziek preekte Gustav Mahler het volgende tegen Jean Sibelius: “Een symfonie moet zijn als de wereld: alles omvattend.” Heel veel duidelijker kan de bedoeling van Mahlers kunst niet omschreven worden, omdat zij niet louter de wereld nabootst, maar de wereld moet zíjn. Deze ‘hogere staat van zijn’ in de kunsten heeft Mahler op verschillende manieren getracht te bereiken en het meest duidelijk lukt het hem dit in zijn Tweede Symfonie. “Alles opgehouden is te bestaan”, zo omschrijft de componist het vijfde en laatste deel van deze lange symfonie en dit klinkt aannemelijker als je de titel van deze symfonie kent: Auferstehung (Wederopstand).

http://www.youtube.com/watch?v=sHsFIv8VA7w

De muziek uit deze symfonie is geenszins klassiek in de klassieke zin des woords, waarbij het alleen om de vorm of toonstructuren draait, want de bedoeling van de componist gaat veel dieper dan dit: juist het leven, de dood en hetgeen dat erna komt vormen de kernpunten van deze symfonie.  Hoewel de formalistische kijk op de klassieke muziek, namelijk dat de muziek alleen maar deze betekenis krijgt door de titel en de tekst ergens wel kloppend is, ontkent dit argument de betekenis op geen enkele manier.  

Probeert Mahler in zijn symfonie dan een soort soundtrack te bieden van het leven, de dood of hetgeen wat daarna komt? Poogt hij de werkelijkheid die zich afspeelt in de levens na te bootsen? Ik denk van niet. Op het moment dat je de gehele symfonie aanhoort en op je in laat spelen, daarbij denkend aan het leven in al zijn vormen, zal de muziek je overweldigen, ongeacht je instelling in het leven. De muziek klinkt enerzijds universeel, maar toch ook individueel. Om deze reden stel ik dat Mahler juist de achterliggende Idee van Leven en Dood probeert af te beelden in zijn muziek.

De Idee van dingen, omschreven door Plato, gaat over de Ware werkelijkheid die achter de werkelijkheid ligt die wij als mensen waarnemen. De universele Ideeën achter deze schijnwerkelijkheid zijn alleen door een filosoof te bereiken, zo stelt Plato. Ik heb echter het vermoeden dat Mahler juist deze Ware werkelijkheid heeft geprobeerd te omschrijven door middel van zijn muziek, waardoor zijn kunst dus niet een imitatie van een imitatie wordt, maar juist een imitatie van het Ware, het Schone en het Goede die evengoed in de buurt komt als Plato met zijn filosofische gedachten. Juist de muziek is in staat deze sferen te bereiken, omdat de filosoof juist gebonden is door de taal en de eigen gedachte. Het feit dat de indrukwekkende symfonie van Mahler bij praktisch alle mensen van de wereld resoneert is hier het bewijs van. Op het moment dat de symfonie níet aankomt bij mensen is dit te wijten aan het feit dat deze mensen de taal der muziek (nog) niet spreken.

Literatuurlijst:

Van den Braembussche, A. A. (2007). Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Lebrecht, N. (2010). Why Mahler? London: Faber and Faber.

Opname van Mahlers Tweede Symfonie door het Koninklijk Concertgebouw Orkest olv Maris Jansons, ism met Ricarda Merbeth en Bernarda Fink en het Nederlands Radiokoor.

Thomas Teekens

thomasteekens@gmail.com

Blog bij de cursus Kunstfilosofie ACW

view archive



Ask me anything

Submit