That makes sense!
Door Kristi Beugeling 360807

Tommy Wieringa, historicus, antropoloog, schrijver en journalist schrijft in 2012 het boek: ‘Dit zijn de namen’. In dit boek beschrijft hij twee losstaande verhalen die op een onverwachte wijze samenkomen. Hetgeen wat ze met elkaar gemeen hebben is een eindeloze, onbestemde zoektocht; naar het geluk, naar identiteit, naar antwoorden over de zin van het leven (Canvas, 2012). De lezer wordt uitgenodigd tot een reflectie over zingeving en religie.
In het videoportret dat de Belgische televisiezender Canvas over Wieringa (2012) maakte ter eren van zijn nominatie voor de Gouden Boekuil, stelt Wieringa (2012) met betrekking op de verhalen in zijn boek de volgende vraag:
“Hoe ontwikkelt zich en hoe ontstaat de heiligheid van iets of iemand? Iets waar mijn verstand bij stilstaat is dat zeer verstandige mensen, intelligente, bijzondere mensen, in staat tot ontdekkingen, in staat tot onderzoeken, met alle begrip van de wereld, hoe bestaat het dat deze mensen óók in God geloven?”
Hij vervolgd deze vraag aan met de stelling:
“Er zijn geen leegtes in het leven die ik vul met een God”
Zowel in de vraag als in de stelling die daarop volgt zijn stukken van de Kantiaanse, de Platoonse en de Romantische filosofie te ontdekken. Religie kan worden gezien als een betekenis genererend systeem. Plato stelt in zijn filosofie dat het bestaan van de mens betekenis krijgt, omdat het bestaan een afbeelding is van een perfecte bovenzinnelijke wereld. Naast de waarneembare werkelijkheid moet er een ideële wereld bestaan die Volmaakheid bevat en waarvan de waarneembare dingen of daden slechts verschijningen of afspiegelingen zijn (Braembussche, van den, 2007, p.39-41). De vraag die hier opkomt is of er onder deze ideële wereld religie geschaard kan worden. Kant stelt in zijn ‘transcendentale esthetica’ de zintuiglijkheid die de mens bezit als het ‘vermogen tot aanschouwing’. Wij kunnen de wereld enkel kennen zoals deze aan ons verschijnt. Hetgene achter de verschijning , het ‘noumenon’ oftewel de bovenzintuigelijke, de noumentale, wereld, laat Kant buiten schot. De mens kan dit immers niet zintuigelijk waarnemen, aldus Kant (Braembussche, van den, 2007, p. 142). De vraag die hier gesteld kan worden is of gebeurtenissen die boven de waarneembare werkelijkheid uitstijgen, en volgens Kant niet zintuigelijk waargenomen kunnen worden, kunnen leiden tot een religieuze, bovennatuurlijke, ervaring, en zelfs tot stichting van religie? Of neemt de mens religie enkel aan om een ideaalbeeld voor zichzelf te scheppen geleid door ideale voorstellingen en zingeving?
Deze vraag loslatend op de periode van de Romantiek wordt er opnieuw gesproken over het bovennatuurlijke. Dit keer als ontsnapping aan de werkelijkheid of zoektocht naar een ideale wereld. “Aan het eindige de schijn van het oneindige te geven, een operatie naar het hogere, onbekende, mystieke, oneindige” citeert De Mul, G.P. Friedrich von Hardenberg (Novalis) (1772-1801) in zijn stuk ‘Het romantische verlangen: in postmoderne kunst en filosofie.” Dit geeft de indruk dat er naar iets hogers verlangt wordt, naar schoonheid, naar iets wat boven de natuur en de mens staat, naar iets wat de mens zin geeft te bestaan.
Literatuur
Canvas. (2013). Gouden Uil 2013: Tommy Wieringa. Geraadpleegd op: http://www.tommywieringa.nl/web/Fragmentpagina/Video-Canvas-portretteert-Gouden-Boekenuilgenomineerde-Dit-zijn-de-namen.htm
De Mul, J.(2007). Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie. Klement
Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho










