Posts tagged "muziek"

Saint Saens & de Nabootsingstheorie

Door Maloe van Leersum

De muzikale wereld kan worden ingedeeld in verschillende genres en soorten. Ondanks de verschillende genres en soorten heeft de muzikale wereld veel gemeenschappelijke kenmerken. Enkele gemeenschappelijke kenmerken zijn de emoties, verschijnselen of gebeurtenissen, die de muziek kan weergeven of kan oproepen. Er is alleen wel een verschil in de manier waarop mensen bepaalde emoties, verschijnselen of gebeurtenissen mee krijgen van de muziek. Als voorbeeld in de pop of soul muziek wordt door middel van woorden met ondersteuning van muziek de emoties aangegeven. In tegenstelling tot de meeste klassieke muziekstukken worden de emoties door de klanken van een instrument weergegeven. Naast het weergeven van emotie heeft de klassieke muziek veel overeenkomsten met de nabootsingstheorie. Dit kunnen we aantonen door het muziekstuk van Saint-Saëns ‘Carnaval des Animaux’ erbij te betrekken.

In de muziek van de ‘Carnaval des Animaux’ van Saint-Saëns kunnen we veel gemeenschappelijke eigenschappen vinden met de nabootsingstheorie. Dit is omdat er een duidelijke relatie is tussen het kunstwerk en de fysieke werkelijkheid, want het muziekstuk geeft de dieren in de natuur weer. Dit komt doordat het muziekstuk ‘Carnaval des Animaux’  bestaat uit 14 delen en elk deel geeft een bepaald dier weer. Als voorbeeld het deel waar de olifanten worden weergegeven, hier wordt gebruik gemaakt van lagere en harde klanken terwijl in het deel met de kippen en hanen er gebruik wordt gemaakt van vluchtige en hoge tonen. De dieren in de natuur zijn in de visie van Plato de verschijnselen uit de natuur en bedoelt hiermee dat de dieren een deel van de fenomenale wereld zijn. De fenomenale wereld is de wereld van waarnemen, dus uit de visie van Plato is te concluderen dat het muziekstuk van Saint-Saëns kan gezien worden als een weergave van een deel van de fenomenale wereld. Concluderend kunnen zeggen we dat er een verband is tussen het muziekstuk van Saint-Saëns en de werkelijkheid en dus sprake is van een mimetisch standpunt. Dit komt doordat eigenschappen van dieren worden geïnterpreteerd door de mens uit de werkelijkheid en worden weergegeven in het muziekstuk. (Van den Braembussche, 2007)

Maloe van Leersum, 349042, maloevanleersum@hotmail.com

Literatuurlijst

  • A.A. Van den Braembussche (2007) Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie, Uitgeverij Coutinho, Bussum, (vierde, herziene druk). (ISBN: 978 90 469 0009 3)

Sister Rosetta goes before us

Door Lucy Straathof

In 2007 komt Raising Sand uit. Een bijzonder album van Robert Plant en Alison Kraus met onder andere een versie van
Sister Rosetta goes before us. “Standing in my broken heart all night long, darkness held me like a friend when love wore off,” klinkt herkenbaar en herinnert ons, zoals veel muziek, aan de liefde.

De tekst is echter meer dan een lied over een gebroken hart. Sister Rosetta is tevens een eerbetoon aan Sister Rosetta Tharpe. Begin twintigste eeuw leidde zij een nieuwe muzikale weg in waarin gospel teksten werden gecombineerd met de opkomende rock&roll muziek. Voor het eerst werden de hitlijsten beïnvloed door spirituele muziek en Sister Rosetta werd superstar van de gospelmuziek.

Deze dubbele betekenis maakt interpretatie van het nummer ingewikkeld. De herhaling van ‘up above’ verwijst naar een van Rosetta’s populairste nummers, maar is ook een voorstelling van iets wat we niet kunnen waarnemen. Van de noumenale wereld van de ideeën zoals Kant die beschrijft (Braembussche, 2007). Ondanks dat “the sight of my heart, has left me again,” weet ik nog steeds waar ik heen moet, omdat de muziek (het hogere) mij leidt. De aardsheid en waarneembaarheid van de muziek van Rosetta wordt een boven alles uitstijgende eigenschap toegedaan. Het heeft een transcendentale functie.

De muziek van Rosetta is niet meer, was ooit waarneembaar in de fenomenale wereld en heeft nu de overstap gemaakt naar de noumenale wereld, waar wij enkel een idee van kunnen hebben. Echter, de ‘music up above’ die de zangeres (Kraus) ‘leidt’, heeft ze als voorstelling in haar hoofd zoals ze die kent, voorgestructureerd door a priori voorwaarden die ons waarnemen mogelijk maken (Braembussche,  2007).

Rosetta’s muziek dient hier dus als brug tussen het waarneembare en de idee. In de fenomenale wereld hebben we kunnen waarnemen dat Rosetta ons leidde naar een nieuwe manier van muziek maken. Althans, zo hebben wij het geïnterpreteerd. Nu stijgt deze muziek boven gevoelens van liefdesverdriet uit en geeft een vertrouwen wat we niet kunnen bevatten, maar waar we ons graag door laten ons leiden.

Kraus’ en Plant’s muziek geeft ons het idee op zoek te zijn naar iets. Als een karavaan, onderweg naar een nieuwe plek om te aarden, maar we komen nooit echt thuis. Dit geeft het verlangen weer wat Kant uitdrukt als het kunnen vormen van een idee over vrijheid. We kunnen het ons voorstellen, maar beseffen tegelijkertijd dat dit nooit mogelijk is (Schiller, 2009). Aan de andere kant heeft de muziek een zigeunerachtige sfeer, en wie is er nou meer vrij dan een zigeuner die gaat en staat waar hij wil? Dan komen we weer terug bij de tekst, die ons meer berusting geeft en de hoop (Schiller, 2009) ooit ergens te zullen komen waar we volledig vrij zijn.

 http://www.youtube.com/watch?v=dl0e7rFUVEw

Literatuur:

Braembussche, A. A. van der (2007 [1994]) Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Schiller, F. (2009). Brieven over de esthetische opvoeding van de mens. Amsterdam: Octavo.

http://en.wikipedia.org/wiki/Sister_Rosetta_Tharpe

 

Sister Rosetta goes before us

Strange things are happening everyday
I hear the music up above my head
Though the sight of my heart has left me again
I hear music up above

Secrets are written in the sky
Looks like I’ve lost the love I’ve never found
Though the sound of hope has left me again
I hear music up above

Standing in my broken heart all night long
Darkness held me like a friend when love wore off
Looking for the lamb that’s hidden in the cross
The finder’s mark
I know I loved you too much
I’ll go alone to get through

I hear Rosetta singing in the night
Echos of light that shines like stars after they’re gone
And tonight she’s my guide as I go on alone
With the music up above

Mahlers ‘Auferstehung’

Door Thomas Teekens

In een gesprek tussen twee giganten der klassieke muziek preekte Gustav Mahler het volgende tegen Jean Sibelius: “Een symfonie moet zijn als de wereld: alles omvattend.” Heel veel duidelijker kan de bedoeling van Mahlers kunst niet omschreven worden, omdat zij niet louter de wereld nabootst, maar de wereld moet zíjn. Deze ‘hogere staat van zijn’ in de kunsten heeft Mahler op verschillende manieren getracht te bereiken en het meest duidelijk lukt het hem dit in zijn Tweede Symfonie. “Alles opgehouden is te bestaan”, zo omschrijft de componist het vijfde en laatste deel van deze lange symfonie en dit klinkt aannemelijker als je de titel van deze symfonie kent: Auferstehung (Wederopstand).

http://www.youtube.com/watch?v=sHsFIv8VA7w

De muziek uit deze symfonie is geenszins klassiek in de klassieke zin des woords, waarbij het alleen om de vorm of toonstructuren draait, want de bedoeling van de componist gaat veel dieper dan dit: juist het leven, de dood en hetgeen dat erna komt vormen de kernpunten van deze symfonie.  Hoewel de formalistische kijk op de klassieke muziek, namelijk dat de muziek alleen maar deze betekenis krijgt door de titel en de tekst ergens wel kloppend is, ontkent dit argument de betekenis op geen enkele manier.  

Probeert Mahler in zijn symfonie dan een soort soundtrack te bieden van het leven, de dood of hetgeen wat daarna komt? Poogt hij de werkelijkheid die zich afspeelt in de levens na te bootsen? Ik denk van niet. Op het moment dat je de gehele symfonie aanhoort en op je in laat spelen, daarbij denkend aan het leven in al zijn vormen, zal de muziek je overweldigen, ongeacht je instelling in het leven. De muziek klinkt enerzijds universeel, maar toch ook individueel. Om deze reden stel ik dat Mahler juist de achterliggende Idee van Leven en Dood probeert af te beelden in zijn muziek.

De Idee van dingen, omschreven door Plato, gaat over de Ware werkelijkheid die achter de werkelijkheid ligt die wij als mensen waarnemen. De universele Ideeën achter deze schijnwerkelijkheid zijn alleen door een filosoof te bereiken, zo stelt Plato. Ik heb echter het vermoeden dat Mahler juist deze Ware werkelijkheid heeft geprobeerd te omschrijven door middel van zijn muziek, waardoor zijn kunst dus niet een imitatie van een imitatie wordt, maar juist een imitatie van het Ware, het Schone en het Goede die evengoed in de buurt komt als Plato met zijn filosofische gedachten. Juist de muziek is in staat deze sferen te bereiken, omdat de filosoof juist gebonden is door de taal en de eigen gedachte. Het feit dat de indrukwekkende symfonie van Mahler bij praktisch alle mensen van de wereld resoneert is hier het bewijs van. Op het moment dat de symfonie níet aankomt bij mensen is dit te wijten aan het feit dat deze mensen de taal der muziek (nog) niet spreken.

Literatuurlijst:

Van den Braembussche, A. A. (2007). Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Lebrecht, N. (2010). Why Mahler? London: Faber and Faber.

Opname van Mahlers Tweede Symfonie door het Koninklijk Concertgebouw Orkest olv Maris Jansons, ism met Ricarda Merbeth en Bernarda Fink en het Nederlands Radiokoor.

Thomas Teekens

thomasteekens@gmail.com

Plato en The Shaking the Habitual-tour

Door Tim van Meurs

Dat Plato geen grote kunstaanhanger was is geen geheim. Volgens de Griekse wijsgeer is kunst slechts een kopie van een kopie van de werkelijkheid. Dit baseerde hij op het idee dat de wereld hoe wij hem zien, de fenomenale wereld, niet de ‘echte’ werkelijkheid is. Alles wat wij waarnemen is hier slechts een (mindere) kopie van. Wat een kunstenaar vervolgens doet, aldus Plato, is het kopiëren van deze kopieën. De vraag die centraal staat in dit blogartikel is de volgende: als kunst een kopie van een kopie van de werkelijkheid is, is een liveperformance van deze kunst dan een kopie van een kopie van een kopie van de werkelijkheid? Hoewel ik zeer regelmatig concerten bezoek, is deze gedachte nooit in mij opgekomen; concerten waren slechts een andere interpretatie van de op album uitgebrachte muziek. Één act bracht hier echter verandering in: het Zweedse duo The Knife, met hun huidige tour. 

Met The Shaking the Habitual-tour, vernoemd naar het jongste album van de twee, schopt The Knife tegen alle conventies aan die plakken aan een liveperformance van muziek. Waar normaal gesproken alles (of zoveel mogelijk) live gespeeld wordt, of waar dit in ieder geval gepretendeerd wordt, pakken de Zweden het compleet anders aan. In plaats van een echt concert maakten ze er namelijk meer een performanceproject van, begeleid door hun eigen muziek. Op bepaalde nummers wordt er enkel gedanst, bij anderen playbacken dansers de zang, terwijl de originele zangeres er enkel bij staat op het podium. Één volledig nummer lang is er zelfs niemand op het podium, terwijl de studioversie door de speakers schalt. En niet alleen op deze manier maken ze een statement; iedereen op het podium is een vrouw, dan wel zo aangekleed dat het lijkt alsof. Met hun muziek willen ze oproepen tot gelijkheid, tot een minder masculiene samenleving. Met deze tour willen ze dit nog verder doortrekken, door te weigeren om op te treden op festivals zonder een bepaald percentage vrouwelijke artiesten, door veel vrouwelijk personeel te gebruiken, door vrouwelijke afterparty­-dj’s te kiezen in plaats van enkel mannelijke.

Wat The Knife hier echt mee wil neerzetten is misschien niet heel duidelijk, maar met de theorie van Plato in het achterhoofd is er wel een gok te wagen. The Knife houdt niet van een ‘simpel’ concert, een kopie van een kopie van een kopie, en brengt haar muziek dus over op een manier die volledig nieuw is. Door meerdere malen simpelweg de studioversie te laten spelen wordt de derde stap van kopieën (het live-aspect) verwijderd en door er meer een performanceproject van te maken breidt het het kunstwerk enkel uit. Het lijkt bijna een ode aan Plato te zijn; een kritiek op het ‘simpele en saaie’ kopiëren, geen echte toevoeging hebben, door niks aan de muziek toe te voegen, maar tegelijkertijd zoveel.

 

Literatuur:

Braembussche, A. A. van der (2007 [1994]) Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

 

(Voor een duidelijker idee van de tour, zie:

http://www.youtube.com/watch?v=B4FgpnKa5GE

http://www.youtube.com/watch?v=sriBPA-mWs0

http://www.roarezine.nl/2013/05/07/the-knife-paradiso-amsterdam)

 

Tim van Meurs - 8548759

Hiphop als weerwoord tegen Plato’s kritiek op de kunsten

Hiphop als weerwoord tegen Plato’s kritiek op de kunsten

Arend Oosterlee
362158

 Nasimage

Volgens Plato (ca. 427 –  347 v.Chr.)  is de zintuiglijk waarneembare wereld die wij zien slechts een schijnwerkelijkheid. Hij zegt dit omdat de echte werkelijkheid zich bevindt in de door God geschapen Ideeënwereld, die voor mensen onzichtbaar is. God heeft de oorspronkelijke ‘oervormen’ geschapen van alles wat zich op de aarde bevindt. Dit is te vergelijken met een mal die een kunstenaar gebruik om een product te reproduceren. De mal is het originele product en elke reproductie die via deze mal wordt gemaakt is een imperfecte kopie.

In de tijd van Plato, en voor een lange periode ná Plato, stond kunst in het teken van het nabootsen van de werkelijkheid, bijvoorbeeld de schoonheid van de natuur. Een voor de hand liggende tak die volgens dit principe werkt is de beeldende kunst. Oorspronkelijk is het talent van de kunstenaar te herkennen aan hoe goed hij een landschap weet na te bootsen op een doek of hoe goed hij een persoon nabootst in een beeldhouwwerk. Ook in de muziek is de nabootsingstheorie aanwezig, zoals in de serie van vioolconcerten die Vivaldi schreef om elk jaargetijde in de vorm van muziek na te bootsen.

Volgens Plato was de nabootsing van de natuur via kunst een nog grotere schijnwerkelijkheid. Het kunstwerk is volgens hem een nabootsing van een nabootsing, omdat de natuur die een kunstenaar nabootst al een nabootsing is van de oorspronkelijke idee van het voorwerp.

Tegenwoordig is de nabootsingstheorie nog steeds belangrijk in de kunsten. Een belangrijke tak van de kunsten waarin dit voorkomt is in hiphopmuziek. Hiphopmuziek vertelt verhalen over de sociale wereld waarin mensen leven. Vaak zijn dit verhalen over onderdrukking en wilskracht om een weerwoord te bieden tegen die onderdrukking. Omdat dit verhalen zijn over het sociale leven van mensen valt het buiten Plato’s kritiek op de kunsten. Plato bekritiseerde immers de nabootsing van objecten. Het sociale leven dat mensen leiden wordt vooral bepaald door een bepaalde wisselwerking tussen die objecten en niet zozeer door die objecten zelf. Daarom is een kunstwerk dat het sociale leven van mensen nabootst geen nabootsing van een nabootsing, maar een ‘echte’ nabootsing van de werkelijkheid.

Een kunstwerk dat in mijn ogen aan die definitie voldoet is Illmatic, het eerste album van de uit New York afkomstige rapper Nas, dat verscheen in 1994. In een tijd waarin de hiphopwereld werd gedomineerd door de zogenaamde ‘Gangsta Rap’ uit Los Angeles, zorgde Illmatic voor een terugkeer naar de wortels van de hiphop: eerlijke verhalen over het leven op de straat. Nas vertelt over opgroeien in een keiharde wereld vol criminaliteit en dit komt zo oprecht over dat het voor de luisteraar lijkt alsof Nas hem of haar aan de arm neemt en laat zien hoe zijn wereld eruit ziet. Deze nabootsing van de sociale werkelijkheid biedt zo een weerwoord tegen de kritiek die Plato tegen de kunsten heeft geuit.

Illmatic op Spotify: http://open.spotify.com/album/0cszZwl0JRKHBdcFLfNX3T

Literatuur

Braembussche, A. A. van der (2007 [1994]). Denken over kunst. Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Werkelijkheid?

Door Diede Teunissen

Plato spreekt over de werkelijke werkelijkheid als iets wat alleen waarneembaar is wanneer men de ‘trap’ heeft betreden. Deze trap kan volgens Plato alleen betreden worden door filosofen, dus wordt de filosofie gezien als een poort naar de echte wereld. Een opening, weg van de schijnwereld waarin de ‘gewone’ mens leeft. Deze gewone mens leeft in een grot helemaal onderaan de verborgen trap en zal genoegen nemen met de zintuiglijke waarneming, die door poppenspelers wordt voorgeschoteld. Plato’s idee over werkelijkheid en kunst komt samen in mimesis. Hij ziet de kunstenaar als uitgever van de zintuiglijke waarneming, die als onjuist en schijn wordt gezien. Een kunstenaar is dus een poppenspeler, die een onwerkelijke waarneming schept voor de gewone mens. (Braembussche, 2007)

Een vergelijking wil ik maken met het nummer Avenue of Hope van de band I Am Kloot. De bedoeling om een verwijzing te maken naar de werkelijkheid, buiten de grot, is hoogstwaarschijnlijk afwezig. Alsnog is het interessant om de melodramatische toon van dit nummer te onderzoeken als een verwijzing naar een bepaalde onwetende wereld. Het lied zet ‘the avenue of hope’ centraal, waarbij er juist weinig hoop aanwezig is.

Deze laan van (wan)hoop wordt gekarakteriseerd door het ‘niet’-leven, “No-one’s born, and no-one dies, no-one lives, so no-one cries. […] Don’t let me falter, don’t let me ride, don’t let the earth in me subside. […] Don’t let someone else decide just who or what I will become.”. Er wordt niet geleefd in deze laan want het leven wordt gestuurd en bepaald, door de poppenspelers zou je kunnen zeggen maar dit blijft onduidelijk. Laat de aarde niet in mij verdwijnen, laat mij niet vergaan in deze grot van ongeloof. Hij wilt weg uit de grot en zelf over het leven beslissen en de ‘echte’ werkelijkheid bevinden. “Let them stretch out beneath the sun”, een oproep naar de mensen die wel de werkelijkheid kennen om hem een hand te geven en weg te halen.

Het feit dat kunstenaars als poppenspeler wordt gezien, geeft het nummer een dubbelzinnig karakter mee. Zingt de zanger over hemzelf als poppenspeler, wil hij deze poppenspeler niet meer zijn? Zou hij afstand willen nemen van zijn artiestenbestaan, van zijn al besliste toekomst, van zijn ‘werkelijkheid’? Ik denk dat Plato hem zal Εκκενώστε (wegsturen), terug de grot in. Kunst wordt door hem gezien als ‘moraal corrumperend’, een verbuiging van de ideale staat. Hoe mooi I Am Kloot dit nummer ook heeft gemaakt, hun ‘duivelse’ hobby zal niet leiden tot een trap naar de werkelijke werkelijkheid. Dan hadden ze toch echt de trap van filosofie moeten beklimmen, die leidt tot ‘zuivere schoonheid en goedheid’ (Braembussche, 2007, p. 43).

Referenties

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: Uitgeverij Coutinho

Diede Teunissen

362015

Reblog: Het Protest van Dylan

Kevin Kooijman (351981)

Reactie op: Het Protest van Dylan (Fleur van Gent)

 

Met ‘Het Protest van Dylan’ wordt duidelijk inzicht gegeven in het werk van Bob Dylan en zijn politieke beweegredenen. Bob Dylan is ongetwijfeld één van de meest invloedrijke artiesten van de twintigste eeuw en heeft zijn naam in de muziekgeschiedenis vastgesteld. Daarom is een filosofische benadering ten aanzien van deze artiest niet alleen interessant, maar ook ambitieus. Er is tenslotte veel gespeculeerd over de betekenis van Dylan’s songteksten en over hoe die teksten tot stand zijn gekomen. In zijn autobiografie schreef hij:

 ‘’It’s not like you see songs approaching and invite them in. It’s not that easy. You want to write songs that are bigger than life. you want to say something about strange things that have happened to you, strange things you have seen. You have to know and understand something and then go past the vernacular” (Dylan, 2004: p34).  


Vervolgens wordt in ‘Het Protest van Dylan’ de maatschappijkritische houding beschreven aan de hand van het nummer ‘The Hurricane’. Hierin zong Dylan over de boxer Ruben Carter, die op racistische wijze ten onrechte werd veroordeeld tot gevangenisstraf voor een drievoudige moord. Een duidelijk voorbeeld waarmee Dylan’s protest wordt beschreven en waarmee zijn afkeer tegen de heersende cultuur naar voren komt. Dylan heeft altijd een imago van anti-establishment aangemeten gekregen. Zelf schreef hij hierover: ‘’I just thought of mainstream culture as lame as hell and a big trick. It was like the unbroken sea of frost that lay outside the window and you had to have awkward footgear to walk on it” (Dylan, 2004: p51).

‘Het Protest van Dylan’ geeft een heldere kijk op het werk en de houding van Bob Dylan. De vergelijking met filosoof Friedrich Schiller (1759-1805) lijkt echter vergezocht. Een hypothetisch verhaal over hoe Schiller de protesten van Dylan zou afkeuren en dat Dylan hierop nonchalant zou reageren, komt niet bepaald plausibel over. De vergelijking tussen het gedachtegoed van Dylan en Schiller verdient wellicht een betere uitwerking. Een filosofische benadering op het werk en gedachtegoed van Dylan is namelijk wel een interessant uitgangspunt.  

 

Literatuur:

 

Dylan, B. (2004). Chronicles: volume one. Simon and Schuster Australia: Sydney 

Is gevoel een verrijking voor muziek?

Linda van Hoorn (341450)

Reblog op ‘Zang in de muziek: aanvulling of corruptie?’ van Niek de Vries (346074)

Veel mensen zullen van mening zijn dat muziek bestaat en gemaakt wordt om gevoel en emotie over te brengen. Dat is voor de meeste zangers en zangeressen hun doel en taak. De Vries gaat hier dieper op in en stelt de vraag of muziek die meer gevoel met zich mee brengt betere muziek is.

Als voorbeeld wordt de Middeleeuwse en klassieke compositie ‘Cantus Buranus’ gebruikt. De onbegrijpelijke taal waarin gezongen wordt en de onpopulaire stijl zorgt ervoor dat volgens de Vries de meeste mensen  geen esthetische verheffing zullen ervaren bij het beluisteren van de compositie. Echter bezit mijns inziens elk muziekstuk, in welke stijl of taal dan ook, een bepaalde expressiviteit dat wel degelijk een algemeen menselijk gevoel kan veroorzaken bij de luisteraars. Tolstoi zou dus wel degelijk gelijk kunnen hebben (Van den Braembussche, 2007). De toonsoorten, de samenklanken, de opbouw, het volume, etc. zijn allemaal van grote invloed op het gevoel dat muziek op de luisteraar teweegbrengt.

Anderzijds, ben ik het volkomen met de Vries en Hanslick eens, dat een algemeen menselijk gevoel niet altijd op kan gaan, omdat de gemoedstoestand van de luisteraar invloed kan hebben op de receptie van de muziek. Echter blijft deze invloed mijns inziens altijd afhankelijk van het muziekstuk. Is het een vrolijk nummer, dan zal een luisteraar er hoogst waarschijnlijk niet boos of verdrietig van worden (tenminste, als hij geen ervaring met de muziek uit het verleden heeft die andere gevoelens kan opwekken).

Een internationale studie van Thomas Fritz van het ‘Max-Planck-Instituut’ bevestigd dit. De gevoelens die muziek opwekt zijn niet cultureel, maar universeel van aard. In Noord-Kameroen werden leden van het Mafavolk - die totaal andere muziek beoefenden - 42 westerse instrumentale muziekstukken voorgelegd. De Mafa koppelden in 60% van de gevallen de foto’s waarop de gezichten emoties uitdrukken aan de klanken die wij daar tevens mee in verband zouden brengen (Wibnet, 2012).

Tot slot wil ik opmerken dat de blog van de Vries niet duidelijk de onderzoeksvraag beantwoord. Is muziek die meer gevoel met zich mee brengt betere muziek? Kunst die aanzet tot emotie hoeft mijns inziens niet per se goede kunst  te zijn en andersom hoeft goede kunst mij niet emotioneel te maken. Simpele ‘chick flicks’ of een doktersroman kunnen allerlei gevoelens oproepen, terwijl de meeste mensen bij een wereldberoemd schilderij zoals ‘De Schreeuw’ van Munch geen traan zullen laten.


Literatuurlijst:

-        Wibnet (2012). Geraadpleegd via http://wibnet.nl/mens/psychologie-gedrag/kracht-van-muziek-heeft-biologische-oorsprong op 31-05-2012

 Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Uitgeverij Coutinho, Bussum.

 

Reblog: De jeugd en zijn fantasierijke roes

Reblog: De jeugd en zijn fantasierijke roes

Woodstock staat symbool voor de tegencultuur van de jaren 60 en 70. Deze tegencultuur werd gezien als het verlangen naar een ander mensbeeld en een andere manier van leven. Een levenswijze die geïnspireerd werd door de idealen van authenticiteit en zelfontplooiing (Doorman,2004).

Kijkend naar de huidige samenleving kunnen we stellen dat we nog steeds in de Romantiek leven. Onze cultuur is gedreven door verlangen naar echtheid. De jeugd uit de twintigste eeuw past op zijn eigen manier het idee van de Romantiek toe om te ontkomen aan de maatschappelijke conventies. Er zijn dan ook veel jeugdculturen waarin de antiburgerlijke en de romantische trekjes te herkennen zijn, zoals ook het geval was binnen Woodstock. Een voorbeeld van deze jeugdculturen is de Hip Hop cultuur. Hip Hop kan gezien worden als de tegencultuur van deze generatie. Deze muzieksoort wordt gezien als propaganda middel. Binnen de Hip  Hop cultuur worden rapmuziek geschreven en beluisterd als protest tegen onder andere armoede en criminaliteit, welk vervolgens wordt geprojecteerd door overdadige rijkdom in de videoclips. Door het luisteren naar Rap muziek proberen jongeren hun onderdrukte gevoelens te uiten en zich te onderscheiden door hun eigen identiteit, waarden en normen. De teksten van Rap muziek weerspiegelen die ideale wereld, waarmee de jongeren proberen te ontsnappen aan hun dagelijkse bestaan. Door afstand te nemen van de dominante cultuur vormen deze tegenculturen het politiek wapen, waarmee ze revolutie willen ontketenen. Op deze manier proberen jongeren op hun eigen manier zich een betere wereld te verbeelden.

 

Aylin Bekil

331395

 

Literatuur

 

M. Doorman (2004). ‘Woodstock en de zwanenzang van het romantische leven’. De romantische orde. Uitgeverij Bert Bakker: Amsterdam, 49-72.

 

 

 

Reactie op: De filosofie in songteksten, door: Daniek Cappetijn, 344671

Reblog door: Denise Schut, 345828

Volgens de Expressietheorie is het kunstwerk de expressie van de realiteit zoals de kunstenaar deze ervaart. De ervaring voor degene die deze kunstvorm ‘ziet’ kan dit anders ervaren door zijn eigen werkelijkheid. Zoals Danique in haar blog vertelt schrijven musici vaak over hun eigen ervaringen. In het geval van het nummer ‘Paradise’ van Coldplay kan je dit opvatten op verschillende manieren.

Wanneer je eenvoudig naar de tekst zou kijken gaat het simpelweg over een meisje dat in haar droomwereld leeft een betere wereld vind dan deze in werkelijkheid is, zoals Daniek dit opvat. Ik wil een toevoeging doen op de inhoud en de betekenis van de tekst. Na deze goed te hebben bestudeerd zou je de tekst ook kunnen opvatten als het opgroeien in deze wereld wat deze zin impliceert : ‘When she was just a girl she expected the world’ en later in het nummer : ‘life goes on, it gets so heavy’. Ze verlaat haar fantasiewereld uit haar jeugd en leert de echte harde wereld kennen. Maar toch komt er ook hoop in het nummer terug, wanneer ze beseft dat ze na deze zware tijd de zon weer zal zien schijnen, aangezien in het nummer er een verandering is van het dromen van een paradijs naar ‘this could be paradise’. Daniek verwoord dit heel mooi dat wanneer je datgene wat je zintuigen zien als werkelijkheid, je idealisme is verandert in het realisme (Breambussche, 2007).

Ik denk dat een andere mooie, uitgebreidere link zou kunnen worden gemaakt met de theorie van Kant. Kant bespreekt drie kritieken, namelijk wat men weet, wat men moet doen en wat men mag hopen. Het feit dat het meisje uit de tekst in een droomwereld leeft en kennis maakt met de realiteit wordt vertaald in de transcendentale esthetica. Wanneer het meisje door haar rede en verstand te gebruiken de wereld weer zonniger kan inzien is onderdeel van de transcendentale logica. De drijfveer die ze hierbij heeft is haar ‘ideale’ wereld die ze uiteindelijk zal kunnen bereiken. De harmonie wordt bereikt op het moment dat het verstand en de verbeelding in harmonie zijn, dus het meisje vind een balans tussen haar droomwereld en de werkelijke wereld en vind hier harmonie in, waardoor zij het als mooi kan ervaren (Breambussche, 2007). 

Muziek, meer dan loskomen van eindeloze verlangens..

Lesley Bastemeijer

345452

Muziek als bevrijding en weerspiegeling van het leven

Nynke Huiszoon

Een blog die leidt tot reflectie. Een blog die hetgeen voorbij doet laten komen wat zo vanzelfsprekend is in het dagelijks leven in combinatie met de uitspraken van verschillende filosofen. Om die reden heeft deze blog mij aan het denken gezet.

Muziek speelt inderdaad een belangrijke rol in mijn leven. Muziek zet ik op wanneer ik vrolijk ben, wanneer ik huil, wanneer ik dans en wanneer ik buiten ben op mijn skates of op de fiets. Het opvallende is dat voor elk van de hierboven beschreven situaties wanneer ik muziek luister, de muzieksoort verschilt. Dat maakt ons als kunstbeschouwers actief in het ervaren van kunst, vooral als het gaat om de kunstvorm muziek.

Muziek maakt het naar mijn mening mogelijk om onze emoties te uiten naar de buitenwereld en juist in die mogelijkheid zijn we reflectief. Ik ga bij mezelf na hoe ik me voel, hoe ik me wil voelen en aan de hand daarvan kies ik mijn muziek op dat bepaalde moment van de dag. Om die reden is muziek meer dan het loskomen van verlangens zoals Schopenhauer muziek beschrijft. Muziek kan juist verlangens bevredigen door eerst bij jezelf na te gaan wat je met de muziek die je opzet wilt bereiken.

Door in te gaan op de perceptie van kunst, waarbij muziek hier centraal staat, en de expressie van emoties waarbij muziek hulp kan bieden, ben ik van mening dat muziek meer is dan het loskomen van verlangens of het nabootsen van de werkelijkheid. De kunstenaar, de artiest, zie ik als iemand die zijn gevoelens, gedachten, hartstochten en ideeën, gebaseerd op wat dan ook, vorm geeft in de muziek. Op die manier is er nauwelijks onderscheid tussen de mimesistheorie en de expressietheorie. Zodra muziek een idee of de innerlijke expressie van de kunstenaar nabootst, mondt de mimesis uit in de expressietheorie. Waarbij expressie altijd op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden door de kunstbeschouwer.

Reblog: Het enthousiasme en de ironie van Tonetta.

Reactie op: ‘Het enthousiasme en de ironie van Tonetta’ van Patrick Luiten (300246)


De keuze om romantische elementen te gebruiken bij het beschrijven van Tonetta’s werk heeft een bepaalde achtergrond gegeven aan de man die het liefst zo anoniem mogelijk wil blijven. Een sterk punt aan de uitleg over Tonetta is de beschrijving van een kenmerk van de romantische kunst: ‘de romantische kunst is een eeuwige afwisseling van enthousiasme en ironie.’ Dit element is duidelijk terug te vinden in Tonetta’s films. Zoals beschreven is in de blog, is er erg weinig bekend over de man. Het is een kunstenaar met een expliciete visie die hij over wil brengen op de kijker. Echter, de afwisseling van enthousiasme en ironie is een onmisbaar kenmerk in zijn werk. Dit wordt in de blog beschreven door het benoemen van de manier waarop Tonetta werkt, hoe hij zijn filmpjes creëert en hoe hij zich presenteert voor het publiek. 

Desondanks is het in deze blog tevens mogelijk geweest om andere theorieën te gebruiken om Tonetta’s werk te verduidelijken. Een voorbeeld van een filosoof die goed zou hebben gepast is Tolstoi. Wanneer we Tolstoi’s theorieën bekijken, zien we dat Tolstoi ervan overtuigd was dat kunst bedoeld is om de kijker te prikkelen; de kunstenaar heeft de opdracht om zijn publiek met de gevoelens te besmetten die hijzelf ondergaat (Braembussche, 2007:58). De manier waarop Tolstoi zijn visie over de bedoeling van kunst weergeeft, sluit naar mijn mening erg aan bij Tonetta. 

Een andere theorie die tevens goed zal aansluiten bij Tonetta’s werk is Lukacs’ theorie van de vervreemding. Deze theorie beschrijft hoe de menselijke betrekkingen niet langer persoonlijk maar verzakelijkt zijn. Het leven van het individu wordt gevangen in een netwerk van verzakelijkte processen die steeds complexer worden (Braembussche, 2007: 197-198).

De vervreemdingstheorie had een goede uitleg kunnen zijn voor Tonetta’s beweegredenen; het kan een antwoord of een spiegel kunnen zijn voor onze maatschappij.

Desalniettemin is de keuze van de kunstenaar erg interessant. Het is geen ‘mainstream’ kunstenaar die bekend is bij de massa. Echter, er zijn meer theorieën die gebruikt hadden kunnen worden bij het scheppen van een beeld om de mysterieuze Tonetta.



Literatuur: 
 Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: uitgeverij Coutinho. 

Gresa Rexhepi    335331       gresarexhepi@live.nl

Reblog: Muse en de wereld van de schijn

Reactie op ‘Muse en de wereld van de schijn’ door Anoek Boot

Door: Claire van den Driessche - 315872

In het blogartikel ‘Muse en de wereld van de schijn’ wordt uitgelegd hoe Plato’s ideeënleer terug te vinden is in de muziek van de Britse band Muse. Het onderwerp vond ik erg origineel gekozen en de koppeling tussen theorie en praktijk (Muse) vond ik goed gelegd. Het zou wel wat duidelijker zijn geweest als Muse en de songteksten iets eerder in de blog al aangehaald zouden worden; nu staat de theorie redelijk los van het voorbeeld Muse. Wel is na het lezen van de gehele blog duidelijk wat de schrijfster bedoelt en is de link goed uitgelegd. Hoewel ik wel van de band Muse gehoord heb, ben ik persoonlijk niet bekend met de nummers van Muse waardoor ik het erg fijn vond dat er wat voorbeelden van songteksten gegeven werden aan het eind van de blog. Dit gaf wat verduidelijking met betrekking tot de toepassing van Plato’s ideeënleer theorie.

Een ander positief punt is dat de theorie van de wereld die wij waarnemen en de ‘ideale wereld’ beknopt en duidelijk uitgelegd wordt. Ook de uitleg aangaande productieve en imiterende kunst is begrijpelijk en goed uitgelegd. Hoewel de koppeling tussen de theorie die uiteengezet wordt en de songteksten van Muse duidelijk is, zou het wel iets uitgebreider kunnen.

Een aanvulling die ik zou willen maken, is dat de schrijfster een andere theorie van Plato er extra bij had kunnen betrekken, namelijk de theorie van Plato’s grot. In de muziek van Muse bestaan volgens de schrijfster twee werelden: de wereld waar de massa in leeft en de wereld die verborgen wordt gehouden. De wereld waar de massa in leeft kan gezien worden als de schaduwen op de muur in de grot van Plato. De mensen die gedwongen naar deze schaduwen kijken nemen aan dat dat de echte wereld is: slechts enkelen leven in de echte wereld en begrijpen dat de schaduwen bedrog zijn. Muse dringt aan tot het openen van de ogen en het waarnemen van het bedrog zoals duidelijk wordt in het volgende citaat: ‘free your mind or stay hypnotized’.

Al met al heeft de blog duidelijk uitgelegde theorieën en is de koppeling met de praktijk goed gelegd. De enige echte aanmerking is dat de koppeling tussen theorie en Muse wat diepgaander en uitgebreider had gekund. 

Tolstoj volledig? Een reactie op Tolstoj en Adele

Door Barbra Stok 345321

In de blog Tolstoi en Adele wordt er gesproken over hoe het nummer ’Someone like you’ zich verhoudt tot de kunstfilosofie van Tolstoj. Zodoende wordt er aangegeven dat de zangeres het gevoel van het nummer goed over weet te brengen op haar publiek. Maar is dit wel een vereiste voor de kunstbeschouwing? Kritieken op de kunstfilosofie van Tolstoj geven al aan dat kunst niet alleen gezien zou moeten worden als een gevoelskwestie, dus is het vermorgen van Adele om haar gevoel over te brengen op het publiek alleen wel voldoende om haar muziek te waarderen als kunst? Het vermogen van kunst om een bepaald gevoel over te brengen op de kunstbeschouwers zou niet afdoende moeten zijn om het als zodanig te beschouwen. Daarnaast geeft de blog aan dat het nummer ‘Someone like you’ in verschillende muzieklijsten op de eerste plaats heeft gestaan, wat de populariteit van het nummer weergeeft. De critici van Tolstoj verwijten Tolstoj dat kunst niet per se gedemocratiseerd moet zijn om als zodanig te waarderen. In de theorie van Croce en Collingwood wordt er gesproken als kunst als intuïtie en expressie. Ligt de kracht van Adele wel echt in het overbrengen van emotie wel echt in de kunst zelf? Natuurlijk is Adele een goede zangeres, maar de werkelijke kunst is de muziek zelf. Wanneer de zang weggehaald zou worden, zou de pure muziek overblijven. Is dit voldoende om de expressie van de kunst over te brengen? Wellicht nu moeilijk testen vanwege de populariteit van het nummer. Het is duidelijk dat Tolstoj goed toe te passen is op de hedendaagse popcultuur, in dit geval Adele. Bijna vanzelfsprekend is het vermogen van een artiest om het gevoel van het nummer over te brengen op zijn of haar publiek bewonderenswaardig, maar niet voldoende om de muziek in het licht van de kunsten te beschouwen. Zonder het gebruik van woorden wordt het velen malen lastiger om het onderliggende gevoel van de muziek te doorgronden. Helaas voor Adele is het niet voldoende om haar muziek slechts in het licht van één kunstfilosofie te beschouwen. 

Reblog: Nabootsing van de muziek

Reblog: Nabootsing van de muziek

De schrijfster van het blog Nabootsing van de muziek in de werkelijkheid, legt een duidelijke en voor de hand liggende brug naar de theorie van Plato. Dat het stuk van Peter en de Wolf een zintuiglijke nabootsing is van de natuur, is volgens de theorie van Plato aannemelijk. Hij zegt immers, zoals de schrijfster zelf ook suggereerde, dat kunst ten alle tijden een nabootsing is van de natuur. Echter is dit een voor de hand liggende en niet al omvattende conclusie over het muziekstuk. De componist van het stuk, Sergej Prokofjev heeft antroposofie gestudeerd en is een aanhanger van de ideeën die daarbij horen. Deze ideeënleer is naar mijns inziens ook terug te vinden in zijn werk. De antroposofie gaat er van uit dat de mens in staat is om door zelfkennis en kennis van de wereld, te komen tot een bewustwording van het menselijke zijn, wat deels ook te zien is bij Plato, hierin brengt de mens zichzelf volledig tot ontplooiing. De mens kan zichzelf niet tot ontplooiing brengen als hij zichzelf en de wereld niet kan ontdekken. Peter gaat het hek door en komt in de wei terecht, wat gezien kan worden als de echte wereld die hij gaat ontdekken. In de wereld zijn gevaren die de mens moet trotseren, wat in het stuk gezien kan worden als de wolf. Leert de mens hier mee omgaan zal hij volledig tot ontplooiing komen, aldus de antroposofen. Binnen de echte wereld streeft Peter “Het Goede” na. Wat volgens Plato eigenlijk alleen door filosofen kan worden gedaan, zij zijn de verkondigers van “Het Goede”. In het stuk is dit Peter die zijn Opa en ook de Jagers laat zien dat je niet per direct bang hoeft te zijn van gevaren in de wereld. Er zijn andere manieren dan deze met geweld te trotseren, zoals de jagers, of deze te negeren en uit de weg te gaan, zoals de opa van Peter. Hij geeft hier blijk aan de rechtvaardigheid die in de wereld van de “Idee” kan plaatsvinden. Waarin hij rechtvaardig is en de Wolf niet laat neerschieten, maar er voor zorgt dat hij naar de dierentuin. Een advies voor de schrijfster is bij deze dat zij de volgende keer misschien verder moet kijken dan alleen Wikipedia. De conclusie die zij hierin trekt hoeft dan niet aan te sluiten op de mijne, maar zal misschien wel meer inzicht en fantasie bevatten.

 

Dit was een reactie op de blog van Aylin Bekil

Van den Braembussche, A.A. (2007). Denken over kunst: een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum: uitgeverij Coutinho.

 

 

Berdine Bezemer

346042

Blog bij de cursus Kunstfilosofie ACW

view archive



Ask me anything

Submit